Clara Wichmannproefprocessenfonds wil procespartij worden in rechtszaak SGP voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens

14 oktober 2010

De SGP heeft aangekondigd zich niet neer te leggen bij het oordeel van de hoogste Nederlandse rechter, de Hoge Raad, dat zij geen vrouwen mag discrimineren bij de samenstelling van kandidatenlijsten ten behoeve van verkiezingen en is daarom naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gestapt. In april 2009 leek een eind te zijn gekomen aan een jarenlange juridische strijd over de interne partijregels, met het oordeel dat de Nederlandse staat niet-naleving van antidiscriminatiewetbepalingen niet langer mag gedogen. Het Clara Wichmannproefprocessenfonds was een van de initiatiefnemers van dit proces.

De Nederlandse staat zal – conform vast gebruik – in de procedure voor het Europese Hof het oordeel van de Hoge Raad moeten verdedigen, ondanks het feit dat de staat zich voordat de Hoge Raad oordeelde steeds verzette tegen het nemen van maatregelen jegens de SGP.
Om er zeker van te zijn dat alle relevante argumenten in de procedure bij het EHRM naar voren komen zal het Clara Wichmannproefprocessenfonds samen met de andere procespartijen een verzoek indienen om als zogenaamde derde-partij aan deze procedure te mogen deelnemen. De President van het Hof zal over dit verzoek beslissen.

Voorzitter Kathalijne Buitenweg: “De rechtszaak voor gelijke behandeling in alle fases van de politieke besluitvorming komt daarmee in een interessant nieuwe fase. Was aanvankelijk vooral sprake van juridische stappen tussen het Clara Wichmannproefprocessenfonds cs en de Nederlandse staat, nu dient de staat het oordeel van de Hoge Raad, waar het niet blij mee was, te respecteren en te verdedigen. Het Clara Wichmannproefprocessenfonds staat de Nederlandse regering daarbij graag bij, en wil zich aansluiten als procespartij om ook formeel betrokken te blijven.”

Stibbe-advocaat Tom Barkhuysen: “Een gang naar de Europese rechter heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat de regering-Rutte door dient te gaan met het nemen van maatregelen om een einde te maken aan vrouwendiscriminatie bij de SGP. De SGP mag wel blijven pleiten voor een andere behandeling van vrouwen dan voor mannen, omdat dit valt onder de vrijheid van meningsuiting. Maar de Hoge Raad heeft bepaald dat niet-naleving van bestaande wetten ook niet is toegestaan wanneer een beroep op de vrijheid van religie wordt gedaan. Een eerste test-case vormt de opstelling van SGP-kandidatenlijsten voor de aanstaande provinciale staten verkiezingen, die ook de samenstelling van de Eerste Kamer bepalen. Mijn cliënten zullen scherp toezien op de naleving van het arrest van de Hoge Raad.”