Scheiding kerk en staat

29 april 2010

In de media wordt gespeculeerd over de motieven van het Clara Wichmannproefprocessenfonds om het vrouwenstandpunt van de Staatkundig Gereformeerde Partij aan de kaak te stellen. Daar willen wij graag op reageren.

Laten we voorop stellen dat de rechtszaak niet is aangespannen tegen de SGP zelf, maar tegen de Staat. Want het is de overheid die niet optreedt tegen het overtreden van de wet door de SGP. En daartoe is het wel verplicht. Toen in 1991 het VN-vrouwenverdrag werd geratificeerd is in de Tweede Kamer gesproken over de gevolgen voor de SGP. Het VN-vrouwenverdrag bepaalt immers dat mannen en vrouwen in alle fases van het politieke proces gelijk behandeld moeten worden. Een meerderheid van de Tweede Kamer besloot toen geen uitzonderingen toe te staan en de SGP stemde daarop tegen het verdrag. Het is verbazingwekkend dat de partij blijkbaar toch nog had verwacht dat de Hoge Raad in strijd met de wetgever zou handelen.

Een andere klacht is dat de rechtszaak niet aangespannen wordt door gediscrimineerde SGP-vrouwen, maar door buitenstaanders. Zouden dezelfde mensen deze directe betrokkenheid ook vereisen als een politieke partij niet op basis van sekse mensen uitsloot van een politieke functie, maar op basis van ras? Waarschijnlijk niet. Het Clara Wichmannproefprocessenfonds voert al jaren principiële rechtszaken om de rechtspositie van vrouwen te verbeteren. Voor ons was de wens tot actieve deelname aan de politiek van een aantal vrouwelijke SGP-leden in de jaren negentig de aanleiding voor het proces, maar in overleg is de aanklacht beargumenteerd vanuit het oogpunt van het algemeen belang.

Het heeft namelijk grote consequenties als aanvaard wordt dat het discriminatieverbod omzeild kan worden met een beroep op geloof of overtuiging. Zoals in het geval van de SGP met een beroep op een 'hogere wet', de Bijbel, het passief kiesrecht van vrouwen statutair wordt beperkt. Dat wilden we aan de kaak stellen. Overigens mag een partij er wel voor pleiten dat het discriminatieverbod wordt opgeheven of aangepast. Dat is de vrijheid van meningsuiting.

Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in het democratisch bestel is van fundamenteel belang omdat de gekozen vertegenwoordigers wetten maken die voor iedereen gelden. Daarin verschilt het van een voetbalclub of schaakcafé. Alle partijen die in dat bestel willen functioneren, zullen zich aan de regels moeten houden.


Rechtszaak: