Universiteit van Amsterdam discrimineert vrouwelijke wetenschapper

15 september 2011

Het proefprocessenfonds Clara Wichmann heeft op 15 september 2011 de Universiteit van Amsterdam gedagvaard wegens discriminatie van een vrouwelijke wetenschapper.Het fonds wil dat de UvA concrete maatregelen neemt om in de toekomst discriminatie te voorkomen, door de selectieprocedure van wetenschappelijk personeel aan te passen.

Mannelijke kandidaten

De wetenschapster solliciteerde in 2008 voor de functie van universitair docent aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde. Hoewel 30% procent van de sollicitanten vrouw was, werden voor de shortlist slechts mannen geselecteerd.

Schuivende selectiecriteria

In de benoemingscommissie zaten ook alleen mannen, die door het selectieproces heen steeds schuivende selectiecriteria gebruikten. Deze schuivende criteria sloten steeds beter aan op de mannelijke kandidaat die de commissie uiteindelijk heeft aangesteld. De sollicitanten zijn niet uitgenodigd voor een gesprek omdat, in de woorden van een lid van de benoemingscommissie “men de kandidaten toch al kende”.

Ondervertegenwoordiging vrouwen in wetenschappelijke functies

Deze zaak is een typisch voorbeeld van hoe de ondervertegenwoordiging van vrouwen in wetenschappelijke functies in Nederland in stand wordt gehouden. In vergelijking met andere Europese landen scoort Nederland erg laag voor wat betreft het percentage vrouwen in wetenschappelijke functies.

Wetenschappelijk onderzoek

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de oorzaak hiervan vaak ligt in de gehanteerde selectieprocedure, waarbij precies de omstandigheden die aan de UvA bestaan van belang zijn:
a) een benoemingscommissie die voor 100% uit mannen bestaat,
b) een ondoorzichtig aanzoekbeleid (old-boys network), en
c) schuivende selectiecriteria (die zich aanpassen naargelang deze aansluiten bij de kandidaat die men op het oog heeft).

Uitspraak Commissie Gelijke Behandeling

De Commissie Gelijke Behandeling kwam al in 2009 tot het oordeel dat in deze selectieprocedure door de UvA is gediscrimineerd. De UvA stelt zich echter op het standpunt dat zij niet heeft gediscrimineerd, en weigert haar werkwijze aan te passen.

Volgens het Proefprocessenfonds duidt dit erop dat er binnen de UvA geen bewustzijn is van hoe discriminatie plaatsvindt en daarom vordert zij dat het hogere wetenschappelijk personeel en de bestuursstaf op straffe van dwangsom een cursus volgen om te leren wat er kan worden gedaan om onbewuste discriminatie in de selectie van wetenschappelijk personeel te voorkomen.

Collectieve vordering in het algemeen belang

De vordering van het proefprocessenfonds is in deze zaak, net als in de zaak tegen de SGP, een collectieve vordering in het algemeen belang. De zaak is aangebracht door de Vereniging Vrouw en Recht.

Alle betrokkenen hopen dat door deze rechtszaak instellingen in het hoger onderwijs gedwongen worden kritisch naar hun selectie en benoeming van wetenschappelijk personeel te kijken. Ze verwachten ook bredere uitstraling naar andere organisaties waar gebruik wordt gemaakt van onzorgvuldige procedures voor het selecteren van personeel.