Ontwikkeling vrouwenstandpunt SGP

15 januari 2013

Gisteren heeft de SGP in een persconferentie laten weten gehoor te geven aan het arrest van de Hoge Raad uit 2010. In dit arrest had de Hoge Raad bepaald dat de SGP vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen moest toelaten.

De partij liet gisteren weten dat in het reglement een Artikel 13a zal worden toegevoegd dat luidt:
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2010 (LJN BK4547 en BK4549) kan artikel 10 van het Program van Beginselen bij de kandidaatstelling als bedoeld in de artikelen 13b tot en met 17 van dit Algemeen Reglement rechtens niet aan kandidaten worden tegengeworpen.

Artikel 10

Het bestuur van het Proefprocessenfonds Clara Wichmann stelt vast dat er bij de SGP goed over de uitspraak van de Hoge Raad wordt nagedacht. Zeker omdat tijdens de procedure door de SGP steeds werd gezegd dat een rechtszaak een averechtse werking zou hebben op de positie van vrouwen in de SGP. Tegelijkertijd maakt de toevoeging van het extra artikel aan de reglementen de interne regelgeving van de SGP tegenstrijdig. Vrouwen komen hierdoor in een wel heel lastige positie. Aan de ene kant moeten ze het beginselprogramma onderschrijven waarin feitelijk staat dat ze zich niet voor de SGP verkiesbaar kunnen stellen, terwijl aan de andere kant ze zich wel formeel verkiesbaar mogen stellen volgens de reglementen. Het feit dat het vrouwenstandpunt uit Artikel 10 van de beginselen “rechtens” niet kan worden tegengeworpen bij de kandidaatstelling, is in directe tegenstelling met de uitspraak van de Hoge Raad waarin staat dat het beginselprogramma wel degelijk juridisch bindend is, omdat de onderschrijving daarvan voorwaarde is voor het lidmaatschap van de SGP en vervolgens het lidmaatschap van de SGP voorwaarde is voor kandidaatstelling op de kieslijst.

Maatregelen Staat

Overigens zou de Staat allang zelf met maatregelen moeten zijn gekomen. Zoals de Hoge Raad ook heeft bepaald in zijn arrest. Tom Barkhuysen, advocaat bij Stibbe te Amsterdam en vertegenwoordiger van het fonds zegt hierover: “Goed dat de SGP onder druk van de procedures in de goede richting beweegt, na het eerder al openstellen van het lidmaatschap voor vrouwen. Het voorstel is echter helaas nog beneden de maat van de Hoge Raad en laat zien dat de Staat zich niet langer aan het lijntje moet laten houden door de SGP. Inmiddels wordt er namelijk al bijna drie jaar geen uitvoering gegeven aan de uitspraak van de Hoge Raad en dat verandert onvoldoende met dit tegenstrijdige voorstel. De Staat moet snel met wetgeving komen die effectief is en er daadwerkelijk toe leidt dat vrouwen die dat wensen volwaardig binnen de SGP kunnen functioneren.”

Zo kan er bij effectieve maatregelen bijvoorbeeld worden gedacht aan
non-discriminatie als vereiste bij het indienen van kandidatenlijsten bij stembureaus of, maar dat gaat weer een stuk verder verschillende vormen van quotum, zoals dat in het buitenland wel worden voorgeschreven. Het fonds zal in elk geval dit proces goed bewaken en overleggen ook graag met Plasterk over verdere maatregelen. In elk geval zou de minister niet al te snel voor zijn beurt spreken bij het beoordelen van de voorstellen van de SGP. Het fonds heeft daar een stem in als in het gelijkgestelde procespartij.

Rechtszaak: