Kinderontvoeringsverdrag

Datum garantstelling: 
1 december 2010

Het Proefprocessenfonds ondersteunt een klacht bij het Europese Hof. Inzet van deze zaak is onder meer de uitleg die de Nederlandse Hoge Raad heeft gegeven bij de uitleg van het Haagse Kinderontvoeringsverdrag.

Omschrijving zaak

Het gaat om een Nederlandse moeder die in het land van haar partner woonde en daar hun gezamenlijke kind verzorgde. Om te ontkomen aan haar gewelddadige partner keerde zij met haar kind naar Nederland terug. Ook al omdat zij in het buitenland niet in staat was in hun onderhoud te voorzien. Een en ander is in strijd met het Haagse Verdrag. 

Hoge Raad
Eerder in deze zaak oordeelde de Hoge Raad dat het Haags verdrag vereist dat een kind eerst terug moet naar het voormalige woonland en dat daarna de voogdij-zaken worden afgehandeld. De uitleg van de Hoge Raad miskent volgens de klacht dat hedentendage de “ontvoerders” niet langer voor het merendeel nietzorgende vaders zijn, maar zorgmoeders die na het verbreken van de relatie naar het eigen land terugkeren en daarin ook geen keuze hebben omdat ze in het buitenland niet kunnen werken en bovendien veelal bedreigd worden. Hun positie is dan ook niet dusdanig dat zij het kind regelmatig kunnen bezoeken waardoor de band tussen kind en zorgmoeder ernstig verstoord raakt.

Uitspraak Europese Hof van de Rechten van de Mens
datum uitspraak: 
2 november 2010

Insteek van de zaak is dat de uitleg van van de Hoge Raad zou Nederland inbreuk maakt op onder meer art. 8 van de Europese Conventie, te weten het recht op een ongestoord gezinsleven.
Zaak is niet-ontvankelijk verklaard door Europees Hof op inhoudelijke gronden: geen schending van de ingeroepen verdragsrechten.