Algemene nabestaandewet zorgt voor teruggang inkomen weduwen

Datum garantstelling: 
1 september 2002

De omzetting van het AWW-pensioen in een Anw-uitkering heeft voor talloze weduwen geleid voor forse teruggang in inkomen. Terwijl onder de AWW de pensioenuitkering inkomensonafhankelijk was, wordt bij de Anw een inkomenstoets gehanteerd.

Anw-uitkering

De negatieve inkomenseffecten van de Anw-uikering konden niet worden weggenomen door middel van een her- of bijverzekering. Immers, het risico waartegen de verzekering beoogt te beschermen - het overlijden van de partner - is reeds ingetreden. De wetswijziging had een grote stroom klachten tot gevolg, die uiteindelijk hebben geleid tot vele bezwaar-, beroeps- en hoger beroepsprocedures tegen het toekenningsbesluit (het besluit waarmee de omvang van de Anw-uitkering werd vastgesteld). In deze procedures hebben klagers onder meer gesteld dat de toepassing van de Anw in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

 

Uitspraak Centrale Raad van Beroep
datum uitspraak: 
24 september 2002

De hoogste nationale instantie voor dit soort procedures, de Centrale Raad van Beroep (CrvB) erkende op 24 januari 2001 dat de pensioenrechten op basis van de AWW als eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM zijn aan te merken. Tevens erkende de CrvB dat de inwerkingtreding van de Anw leidde tot gedeeltelijke ontneming van eigendom voor oud-AWW 'ers. De CrvB achtte echter de overgangsregeling van de Anw in overeenstemming met de criteria die voortvloeien uit artikel 1 van het Eerste Protocol. Volgens de CrvB heeft de wetgever de hem toekomende beoordelingsmarge bij de vaststelling van wat in het algemeen belang geboden kan en moet worden geacht niet overschreden. Dat de uit de wetswijziging voortvloeiende aanpassingen zich ook uitstrekken tot de oud AWW'ers vindt de CrvB aanvaardbaar. De CrvB zag derhalve geen aanleiding voor het toekennen van een schadevergoeding.

Europees Hof van de Rechten van de Mens
datum uitspraak: 
22 september 2005

Als laatste mogelijkheid kunnen de uitspraken van de CrvB ter toetsing worden voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Vier vrouwen vragen ondersteuning door het Proefprocessenfonds bij het voeren van deze procedure. Het fonds draagt bij in de kosten van de procedures. Het is een goede zaak dat de verslechtering in de inkomenspositie van weduwen wordt getoetst.

Het Hof heeft op 22 september 2005 beslist dat er geen sprake is van een schending van artikel 1 van het eerste Protocol van het EVRM. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat klaagster haar klacht over de schending van de artikelen 6,8,14 van het EVRM te laat had ingediend. Het Hof heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het hof heeft voorts geoordeeld dat de beroepen in de andere zaken eveneens niet ontvankelijk zijn, hoewel in die zaken wel tijdig een beroep is gedaan op de artikelen 6, 8 en 14 van de EVRM. De keuze van het Hof van de pilotzaak was dan ook geen gelukkige. Het Hof is ook niet toegekomen aan een beoordeling van de klachten, omdat deze te laat waren ingediend. Het is niet mogelijk tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan.

Stand van zaken