Hoge Raad verwerpt cassatieberoep WAZ zaak

8 april 2011

Vrouwelijke zelfstandige ondernemers die tussen 2004 en 2008 zwanger waren hadden geen recht op een uitkering wegens zwangerschapsverlof. De Hoge Raad heeft bij arrest van 1 april 2011 het cassatieberoep verworpen.

Voor de vraag of aan art 11 lid 2 van het Vrouwenverdrag rechtstreekse werking kan worden toegekend is de inhoud van de bepaling beslissend. Met het Hof is de HR van oordeel dat in de bepaling niet is voorgeschreven welke modaliteiten een verlof wegens bevalling moet hebben, aangezien omtrent de duur, de vorm en de hoogte van de uitkering niets is geregeld. Deze bepaling is derhalve ongeschikt voor een rechtstreekse toepassing door de nationale rechter. Mbt tot art 8 Zelfstandigenrichtlijn oordeelt de HR met het hof dat een verplichting van de lidstaten in deze niet verder gaat dan een onderzoeksplicht maw geen verplichting tot een uitkering.

Dit betekent dat voor de zwangere zelfstandigen tussen 2004 en 2008 geen recht bestaat op een wettelijke voorziening, omdat de staat in deze geen zorgverplichting heeft.
De zwangerschapsuitkering is thans geregeld. Echter, het is niet ondenkbeeldig dat de politiek op enig moment deze regeling in het kader van de bezuinigingen intrekt.

Het Clara Wichmann proefprocessenfonds beraadt zich over nog te nemen stappen zoals het entameren van een individuele klachtprocedure bij het CEDAW.