Discriminatie UvA

15 januari 2013

Gistermiddag 14 januari vond de zitting plaats inzake het proefproces dat het fonds samen met Edith Kuiper voert tegen de Universiteit van Amsterdam.

Wettelijk is bepaald dat vrouwen gelijk behandeld moeten worden in het aanstellingsbeleid voor overheidsorganisaties zoals een universiteit. Echter, als we naar de statistieken kijken van wetenschappelijk personeel, dan blijkt dat vrouwelijke wetenschappers en met name hoogleraren veel minder kans maken op een aanstelling dan mannen.

Proefschrift

Marieke van den Brink heeft hier in 2010 uitgebreid onderzoek naar gedaan in het kader van haar proefschrift “Behind the scènes of science”. Uit dat onderzoek blijkt dat de standaardverklaringen, zoals dat het gebrek aan doorstroom van vrouwelijke wetenschappers te wijten is aan het feit dat ze kinderen krijgen en minder ambitieus zijn dan mannen, niet meer dan mythes zijn. Het gebrek aan doorstroom wordt veroorzaakt door andere factoren, zoals de (louter mannelijke) samenstelling van beoordelingscommissies, schuivende selectiecriteria (die worden aangepast aan de kandidaat die de commissie toch al op het oog heeft) en het feit dat vrouwen veelal niet worden gezien bij de acquisitie van wetenschappers (old boys network). In de zaak van Edith Kuiper waren precies deze elementen aanwezig in de benoemingsprocedure die zij doorliep voor een aanstelling van universitair docent Kuiper werd daarom niet eens op de shortlist geplaatst, terwijl zij aantoonbaar een goede onderzoeker is, en zelfs een prestigieuze VENI beurs had ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek. Kuiper: “Ik ben zeker niet de enige die dit overkomt, en er is druk van buitenaf nodig om te komen tot meer formele wervings- en selectieprocedures om vrouwen een eerlijke kans te laten maken.”

Visie fonds

Het fonds vindt deze zaak van groot belang omdat het fonds vastgesteld wil zien dat, indien er: a) geen 50/50 man vrouw verhouding is in de sollicitatie commissie;
b) geen objectieve selectiecriteria worden zijn gehanteerd, en
c) geen transparant aanzoek beleid is gevoerd in een procedure, sprake is van een vermoeden van discriminatie dat door de universiteit moet worden weerlegd.
Dit zal een belangrijke incentive worden voor universiteiten om hun aanstellingsbeleid onder de loep te nemen; en die vrouwen te helpen die met een dergelijke procedure geconfronteerd worden. Bij een onzorgvuldige procedure rijst dan immers het juridisch vermoeden van discriminatie.

Het fonds vordert in de zaak Kuiper vs de UvA in elk geval dat hoogleraren, universitair hoofddocenten en de bestuursstaf bij de UvA een gender awareness training volgt, nu er bij de universiteit blijkbaar weinig of geen kennis is over hoe discriminatie ontstaat. Zeker ook nu recentelijk opnieuw rondom een hoogleraarsbenoeming zich soortgelijke problemen hebben voorgedaan. \\\"Wil hier verandering in komen, dan dient men zich bewust te worden van de eigen vooroordelen en vooronderstellingen bij het selecteren van kandidaten voor een wetenschappelijke functie” aldus advocaat Marlies Vegter. Bestuurslid Gina de Graaff van het Proefprocessenfonds: “Vrouwen moeten erop kunnen rekenen dat selectieprocedures, zoals de onderhavige, transparant zijn en zorgvuldig worden uitgevoerd. Recht op een bepaalde baan heb je niet, wél het recht om te weten dat discriminatie op grond van geslacht niet aan een afwijzing ten grondslag ligt.”