Verhuisgebod na seksueel misbruik

Datum garantstelling: 
1 maart 2004

Een gedaagde in een seksueel misbruik zaak is bij het slachtoffer in de straat komen wonen waardoor de vrouw veel geestelijke en lichamelijke klachten heeft.

Achtergrond zaak

Aanvraagster is in haar jeugd misbruikt door gedaagde in de periode 1971 tot 1975. In een interview met een GZ-psycholoog in 2002 heeft gedaagde een aantal van de ontuchtige handelingen toegegeven. De vrouw heeft door de ervaringen met gedaagde ernstige geestelijke en lichamelijke schade geleden maar heeft hier hulp en begeleiding van diverse hulpverleners gehad. Haar klachten zijn hierdoor afgenomen en zij stond steviger in het leven. Echter, vanaf het moment dat zij wist dat gedaagde bij haar in de straat was komen wonen (in een gezinsvervangend tehuis) gaat het beduidend slechter met haar. Er zijn tussen de vrouw en de leiding van het gezinsvervangende tehuis weliswaar afspraken gemaakt om te voorkomen dat de vrouw gedaagde op straat zal tegenkomen, doch gedaagde houdt zich niet aan deze afspraken. De vrouw wil nu de rechter vragen aan de man een gebod tot verhuizen op te leggen, alsmede een verbod om zich na de verhuizing nog in de gemeente te bevinden. Het fonds vindt de zaak van belang omdat er vaak niets te beginnen valt tegen zwakbegaafde in seksueel misbruik zaken en staat garant voor de eigen bijdrage, het griffierrecht en de eventuele proceskostenvergoeding.

Rechtbank Utrecht
datum uitspraak: 
26 januari 2005

Bij vonnis van de Rechtbank Utrecht van 26 januari 2005 is aanvraagster in het gelijk gesteld. Er is een verhuisgebod uitgesproken tegen de man. Voor de periode tot aan de verhuizing van de man zijn strikte regels vastgelegd over de tijden waarop de man zich niet op straat mag begeven. De man is in de proceskosten veroordeeld. Er is geen hoger beroep ingesteld.

Stand van zaken